Van Gouda tot de Roo Pael... 1656
"Kaerte van Gouda tot de Roo Pael ..."

De kaart is gemaakt om aan te geven, waar de obstakels liggen voor de scheepvaart en wat er moet verdwijnen of veranderen om een vlotte verbinding via trekvaart en jaagpad naar Amsterdam te verkrijgen.
Van de Gouwe wordt vermeld, dat hij "een bequame vaert is, alleen dat hij wat krom is".

.- Afmetingen  64 x 111 cm 
.- Manuscript  gekleurd (perkament) 
.- Schaal  1 : ca. 25.000
.- W boven 
.- Auteur  Gerredt Dirckz.
.- Uitgever  Gerredt Dirckz.

- Kaartbeeld: overzichtelijk getekend, aantrekkelijk. Nadruk ligt op de waterweg met de bebouwing, bruggen, e.d. en mogelijke obstakels voor de scheepvaart. 

Een kaart van de waterweg van Gouda links naar het noorden rechts bij Roo Pael (in de buurt van Amsterdam). Het is een verkenning voor de aanleg van jaagpaden langs de kant, en wat de hindernissen zijn....
...en bij Boskoop zijn heel wat hindernissen "Tot Boskoop bij de letter G staet een molentge met twe huyse op de kan, maer voornamelijck op de letter H staen veel huyse op de kant, sodat hier al wat sal te stellen vallen. Ende wat verder van de molentges is staende op de Goutkade, is bij elck geschreven".

Complete beschrijving van de kaart

- In de titel worden de (onderlinge) afstanden en de aanwezige belemmeringen en veranderingen ten behoeve van de scheepvaart vermeld. 
- "Schale ofte voetmaet ghestelt op Rijnlantse roeden" (2100 RR = 31 cm). 
- Blauw = waterwegen; groen = bomen; rood = bebouwing, laag gelegen terrein, grasland; bruin = wegen (jaagpad). 
- In het algemeen klopt hantering van de schaal en onderlinge afstanden redelijk. Echter de berekening "Van 't Geermolentge ... tsamen 1570 R" is foutief; dit moet zijn 1370 R. Eveneens "de somma in 't geheel ... 10490 R"; het is niet duidelijk op grond waarvan dit getal verkregen is.
- Gerredt Dirckz. is een landmeter, afkomstig uit Noord-Holland; van 1640 - 1643 werkzaam in Drenthe. 
- Behoort tot het archief van de gecommitteerden van Gouda wegens het jaagpad en de trekvaart naar Amsterdam (OA Gouda inv.nrs. 4027 en 4033).
Tekst: 
Dese kaert dient princepael om de ghelegentheden aen te wijsen van Gouda  tot de Roo Pael, staende tusschen Hollant en Sticht van Uytrecht, waerin  wort vertoont de Gouw, een ghedeelte van de Rijn met de Aer en een  ghedeelte van de Drecht en van den Emster.
Lengde van alle bevonden linys:
 Van 't punt B bij der Gouw tot de Waddixveense brugh  1645 R  Van de Waddixveense brugh tot de Boskoopse brugh 936 R  Van de Boskoopse brugh tot Goutsluys  1387 R  Somma de Goutkade lenghde in 't geheel 3968 R
 Vant punt K over de Rijn neffens Goutsluys tot het Aerbruggetje  daer de Goutse schuyte door vare leggende in Alphen 439 R  De Kromme Aer  957 R  Een gedeelte van de rechte Aer vant punt P tot den Aerdam  656 R  Van den Aerdam ten eynde de Aer bij 't Geermolentge 510 R  Somma de Aer  2123 R
  Van 't Geermolentge in 't punt O tot P 280 roede, van P tot Q 340 roede, van Q tot R 165 roed, van R tot S  250 roed, van S tot T in d' Dregt 335 R; tsamen 1570 R.
  Van 't punt T tot de Vrouwenacker 827 Van de Vrouwenacker tot de brugh op den Uythoorn 844 Van de brugh op den Uythoorn tot de Roo pael daerin is begrepen 150 R Voor de lengde vande brugh tot het huys bij de letter TF daer de schuyte tegenwoordich aenleggen ende de paerde worden aengespannen So is de somma Int geheel van der Gouw tot de Roopael  10490  R
  Ontledingh op de Goutkade.
  So veel de Gouw aengaet, is een bequame vaert, alleen dat hij wat krom is ende met weynig verhinderingh van buytendijcx lant zo bij de Grote Nes alsook op de letter D, daer een huys op staet met nog enige smalle streepjes van weynich inportantie, dog sijn met groen afgeset. Nu wat de cade aengaet, is doorgaens 1 ... 1¬ roede breedt ende is doorgaens met wilgen of stoofjes beset. Ende bij de Waddixveense brugh bij de letter E ende F staen huyse op de kant, doch het huys bij de letter E mijns bedunckens mag wel staen blijven. Tot Boskoop bij de letter G staet een molentge met twe huyse op de kan, maer voornamelijck op de letter H staen veel huyse op de kant, sodat hier al wat sal te stellen vallen. Ende wat verder van de molentges is staende op de Goutkade, is bij elck geschreven.
  Nu wat van Alphen is te seggen.
  So weet dat aen de suydwestersijd van de Rijn veel beletsels voorvallen, zoo door slote ende andersins, want daer worden omtrent 54 ... 56 sloote getelt met veel licht lant, sodat mijn dunck de noordoostersijd de beste gelegentheid sal wesen. So moet men een schouw houwen om van I na K te varen ende wat beletsels hier voorvallen sal te gelegenertijt beter konnen verklaert werden.
  Nu wat de Kromme Aer aengaet.
  Is op veel plaetsen wat engh ofte nauw, zodat men daer wat van de lande moet afsteecken ende de hoofde wech te nemen ende wat te diepen, doch is licht te helpen tot een bequaam jaechvaert. Nu wat de cade neffens de Kromme Aer aengaet, is mede doorgaens met wilgen beset ende is op veel plaetsen niet breder als 1" roed, sodat men hem hier ende daer oock wat moet verbreden.
  Van de Rechte Aer.
  Nu wat de Rechte Aer aengaet, acht ik dat omtrent kan passeren voor wijde ende diepte. Nu of men de cade leyt aen de oost- ofte westzijde van de Aer acht ick omtrent even schoon te sijn, maer ick neem 't aen de oostzijde om aen deselve kant te blijven, so moet men op Schoutenvaert, alsoock bij de letters L ende M ende N, bruggen leggen, enige hooch, enige laech. Om nu van 't punt V ten eynde de Aer om in de Drecht te komen sullen wij verscheyden wegen aenwijsen. Men kan het nemen van V na Z, daermen een schouw moet na houwen om van Z na ' over te varen ende zo voort te jagen na PQR ende S. Doch deze cade te maecken van P tot S sal seer swaer om doen sijn, vooral het verdolven lant. Ende van S na T te jagen is licht te helpen. Nu so men het neemt van V na O, daer men met een schouw moet overvaren ende cypereren de polders van malkander, makende ten wedersijden een cade als klaer genoech aen 't werck te sien is, ende gaen so van O na W ende van W na S.
  Dit moet men wat dicht aen de huyse nemen om oorsaeck van 't verdolven lant ende de huysluyden sijnder niet of weynich door verkort om oorsaeck het achter de huyse meest uytgeveent is. Maer so men het neemt ten eynde van de Aer, de Aerweteringhe op, dat is van O na W ende dat men in 't punt X een doorsnijdinghe konde krijgen, want in 't verste punt X heeft wel ver een overwint geweest ende voerende zo van X na Y, de ouwe vaersloot op tot in de Dregt, waer wel de kortste ende profytabelste passagie.
  Nu wat de Drecht van T tot de Vrouwenacker aengaet.
  Moet bij HB een hooge brugh sijn ende bij de Vrouwenacker moet men een schouw na houwen om van HC na DH over te varen om zo voort te jagen tot den Uythoorn toe. Doch wat de cade aengaet van 't punt T tot de VrouwenAckers toe, is doorgaen breedt ghenoech, maer men moet die vast ende hart maecken, alsoock de cade van de Vrouwenacker tot den Uythoorn toe die op 't lant leyt, sonder enighe cypereringhe.
  Nu bij den Uythoorn.
  Over de Sijlmeer sal men een sware draey dienen te maecken daer de paerde over gaen konnen. De letter HE in den Emster vertoont de brugh aldaer of men het vandaer over plempt op de ghestippelde lynys, 'tsij de kortste ofte lengste ofte dat men de paerde aenslaet daer men die nu aenslaet kan weynich inporteren. En de letter TF vertoont de harbarch daer de schuyte nu aenleggen ende de paerde worden aengespannen. Nu de vier kleyne letters a, b, c, d vertonen vier lage bruggetjes.

  So hebt ghij hier in 'kort de verklaringe van 't gantsche werck volgens mijn bevindinghe. So wel de lengde als de hinderlage ofte beletsels.

  Alles ghemeeten en ghekaerteert volgens mijn bevindinghe door mijn, Gerredt Dirckz., gheswooren landmeeter, bij den Hoove van Hollant gheadmitteert, resyderende tot Gouda, 1656 10/18. 


bron: CD: Het Groene Hart in Kaart (Streekarchief Hollands Midden 2000)
 index kaarten