| Complete
beschrijving van de kaart
- In de titel worden de (onderlinge)
afstanden en de aanwezige belemmeringen en veranderingen ten behoeve van
de scheepvaart vermeld.
- "Schale ofte voetmaet
ghestelt op Rijnlantse roeden" (2100 RR = 31 cm).
- Blauw = waterwegen; groen
= bomen; rood = bebouwing, laag gelegen terrein, grasland; bruin = wegen
(jaagpad).
- In het algemeen klopt
hantering van de schaal en onderlinge afstanden redelijk. Echter de berekening
"Van 't Geermolentge ... tsamen 1570 R" is foutief; dit moet zijn 1370
R. Eveneens "de somma in 't geheel ... 10490 R"; het is niet duidelijk
op grond waarvan dit getal verkregen is.
- Gerredt Dirckz. is een
landmeter, afkomstig uit Noord-Holland; van 1640 - 1643 werkzaam in Drenthe.
- Behoort tot het archief
van de gecommitteerden van Gouda wegens het jaagpad en de trekvaart naar
Amsterdam (OA Gouda inv.nrs. 4027 en 4033).
Tekst:
Dese kaert dient princepael
om de ghelegentheden aen te wijsen van Gouda tot de Roo Pael, staende
tusschen Hollant en Sticht van Uytrecht, waerin wort vertoont de
Gouw, een ghedeelte van de Rijn met de Aer en een ghedeelte van de
Drecht en van den Emster.
Lengde van alle bevonden
linys:
Van 't punt B bij
der Gouw tot de Waddixveense brugh 1645 R Van de Waddixveense
brugh tot de Boskoopse brugh 936 R Van de Boskoopse brugh tot Goutsluys
1387 R Somma de Goutkade lenghde in 't geheel 3968 R
Vant punt K over de
Rijn neffens Goutsluys tot het Aerbruggetje daer de Goutse schuyte
door vare leggende in Alphen 439 R De Kromme Aer 957 R
Een gedeelte van de rechte Aer vant punt P tot den Aerdam 656 R
Van den Aerdam ten eynde de Aer bij 't Geermolentge 510 R Somma de
Aer 2123 R
Van 't Geermolentge
in 't punt O tot P 280 roede, van P tot Q 340 roede, van Q tot R 165 roed,
van R tot S 250 roed, van S tot T in d' Dregt 335 R; tsamen 1570
R.
Van 't punt T tot
de Vrouwenacker 827 Van de Vrouwenacker tot de brugh op den Uythoorn 844
Van de brugh op den Uythoorn tot de Roo pael daerin is begrepen 150 R Voor
de lengde vande brugh tot het huys bij de letter TF daer de schuyte tegenwoordich
aenleggen ende de paerde worden aengespannen So is de somma Int geheel
van der Gouw tot de Roopael 10490 R
Ontledingh op de
Goutkade.
So veel de Gouw aengaet,
is een bequame vaert, alleen dat hij wat krom is ende met weynig verhinderingh
van buytendijcx lant zo bij de Grote Nes alsook op de letter D, daer een
huys op staet met nog enige smalle streepjes van weynich inportantie, dog
sijn met groen afgeset. Nu wat de cade aengaet, is doorgaens 1 ... 1¬
roede breedt ende is doorgaens met wilgen of stoofjes beset. Ende bij de
Waddixveense brugh bij de letter E ende F staen huyse op de kant, doch
het huys bij de letter E mijns bedunckens mag wel staen blijven. Tot Boskoop
bij de letter G staet een molentge met twe huyse op de kan, maer voornamelijck
op de letter H staen veel huyse op de kant, sodat hier al wat sal te stellen
vallen. Ende wat verder van de molentges is staende op de Goutkade, is
bij elck geschreven.
Nu wat van Alphen
is te seggen.
So weet dat aen de
suydwestersijd van de Rijn veel beletsels voorvallen, zoo door slote ende
andersins, want daer worden omtrent 54 ... 56 sloote getelt met veel licht
lant, sodat mijn dunck de noordoostersijd de beste gelegentheid sal wesen.
So moet men een schouw houwen om van I na K te varen ende wat beletsels
hier voorvallen sal te gelegenertijt beter konnen verklaert werden.
Nu wat de Kromme
Aer aengaet.
Is op veel plaetsen
wat engh ofte nauw, zodat men daer wat van de lande moet afsteecken ende
de hoofde wech te nemen ende wat te diepen, doch is licht te helpen tot
een bequaam jaechvaert. Nu wat de cade neffens de Kromme Aer aengaet, is
mede doorgaens met wilgen beset ende is op veel plaetsen niet breder als
1" roed, sodat men hem hier ende daer oock wat moet verbreden.
Van de Rechte Aer.
Nu wat de Rechte
Aer aengaet, acht ik dat omtrent kan passeren voor wijde ende diepte. Nu
of men de cade leyt aen de oost- ofte westzijde van de Aer acht ick omtrent
even schoon te sijn, maer ick neem 't aen de oostzijde om aen deselve kant
te blijven, so moet men op Schoutenvaert, alsoock bij de letters L ende
M ende N, bruggen leggen, enige hooch, enige laech. Om nu van 't punt V
ten eynde de Aer om in de Drecht te komen sullen wij verscheyden wegen
aenwijsen. Men kan het nemen van V na Z, daermen een schouw moet na houwen
om van Z na ' over te varen ende zo voort te jagen na PQR ende S. Doch
deze cade te maecken van P tot S sal seer swaer om doen sijn, vooral het
verdolven lant. Ende van S na T te jagen is licht te helpen. Nu so men
het neemt van V na O, daer men met een schouw moet overvaren ende cypereren
de polders van malkander, makende ten wedersijden een cade als klaer genoech
aen 't werck te sien is, ende gaen so van O na W ende van W na S.
Dit moet men wat
dicht aen de huyse nemen om oorsaeck van 't verdolven lant ende de huysluyden
sijnder niet of weynich door verkort om oorsaeck het achter de huyse meest
uytgeveent is. Maer so men het neemt ten eynde van de Aer, de Aerweteringhe
op, dat is van O na W ende dat men in 't punt X een doorsnijdinghe konde
krijgen, want in 't verste punt X heeft wel ver een overwint geweest ende
voerende zo van X na Y, de ouwe vaersloot op tot in de Dregt, waer wel
de kortste ende profytabelste passagie.
Nu wat de Drecht
van T tot de Vrouwenacker aengaet.
Moet bij HB een hooge
brugh sijn ende bij de Vrouwenacker moet men een schouw na houwen om van
HC na DH over te varen om zo voort te jagen tot den Uythoorn toe. Doch
wat de cade aengaet van 't punt T tot de VrouwenAckers toe, is doorgaen
breedt ghenoech, maer men moet die vast ende hart maecken, alsoock de cade
van de Vrouwenacker tot den Uythoorn toe die op 't lant leyt, sonder enighe
cypereringhe.
Nu bij den Uythoorn.
Over de Sijlmeer
sal men een sware draey dienen te maecken daer de paerde over gaen konnen.
De letter HE in den Emster vertoont de brugh aldaer of men het vandaer
over plempt op de ghestippelde lynys, 'tsij de kortste ofte lengste ofte
dat men de paerde aenslaet daer men die nu aenslaet kan weynich inporteren.
En de letter TF vertoont de harbarch daer de schuyte nu aenleggen ende
de paerde worden aengespannen. Nu de vier kleyne letters a, b, c, d vertonen
vier lage bruggetjes.
So hebt ghij hier
in 'kort de verklaringe van 't gantsche werck volgens mijn bevindinghe.
So wel de lengde als de hinderlage ofte beletsels.
Alles ghemeeten en
ghekaerteert volgens mijn bevindinghe door mijn, Gerredt Dirckz., gheswooren
landmeeter, bij den Hoove van Hollant gheadmitteert, resyderende tot Gouda,
1656 10/18. |